Transgenerationeel trauma

Trauma ontstaat door situaties die overweldigend en levensbedreigend zijn. We voelen ons dan zo hulpeloos dat we fragmenteren. Dat wil zeggen dat onze psyche de ervaring buiten ons systeem zet, in een ultieme poging om te overleven. We dissociëren op dat moment. Maar voordat dit gebeurt zitten we in een situatie waarin we heel veel stress ervaren. Ons lichaam gaat dan over tot hypermobilisatie. Hierdoor schiet de adrenaline in je lijf omhoog en krijg je enorm veel energie om te kunnen vechten of vluchten. Als dat niet mogelijk is komt er een omslagpunt waarop je lichaam bevriest. Dat is het moment waarop trauma ontstaat. Je berust je in je lot, je geeft het op, wordt futloos. Het gaat op dat moment alleen nog maar om overleven. De Polyvagaal-theorie laat zien hoe dit in zijn werk gaat. (Lees meer)

Vaak denken we dat trauma ontstaat door gruwelijke en gewelddadige gebeurtenissen. Zoals moord, mishandeling, misbruik, oorlog, natuurgeweld, honger etc. Maar trauma kan bijvoorbeeld ook ontstaan in de relatie tussen ouders en kinderen. Dat gaat niet perse om verschrikkelijke dingen. Meestal zijn het situaties die je als heel klein kind niet kunt bevatten, omdat je nog te klein bent en daar de vaardigheden niet voor hebt. Bijvoorbeeld als je een moeder hebt die getraumatiseerd was en daardoor emotioneel onbereikbaar was jou.

Trans- of intergenerationeel trauma

Trauma’s kunnen via gedrag en opvoeding worden overgedragen op kinderen. Ook wel ‘nurture’ genoemd. Trans- of intergenerationeel trauma kan ook worden doorgegeven via het genetisch materiaal. Dan hebben we het over ‘nature’. Dat laatste is een vrij nieuwe realisatie en is onderzocht binnen de epigenetica. Het komt erop neer dat na een traumatische gebeurtenis markers bepaalde stukken RNA aan- of uitzetten. Daardoor worden mensen beter in staat gesteld om met bepaalde situaties om te gaan. Het is dus bedoeld om te beschermen. Maar als dit ervoor zorgt dat jij als nakomeling bijvoorbeeld hoogtevrees hebt, terwijl je zelf niet begrijpt waarom, dan is dit niet meer functioneel. De bovenstaande voorbeelden laten zien dat jij rond kunt lopen met trauma-gerelateerd gedrag dat niet van jou is. 

Collectief trauma

Trauma kan ook collectief zijn. Dat wil zeggen dat het trauma niet exclusief door één persoon is beleefd, maar dat heel veel mensen hetzelfde hebben meegemaakt. In het Indische veld gaat het dan om bijvoorbeeld de Jappenkampen, de Birmaspoorlijn, troostmeisjes, de bersiap, hellships, de repatriëring enz. enz. Dit zijn trauma’s die, zeker als je gevoelig bent, ook diepe sporen kunnen nalaten in jouw leven. Sommige collectieve trauma’s gaan verder terug dan de tweede wereldoorlog. Denk dan bijvoorbeeld aan de Nyai, de weeshuizen waar kinderen in terecht kwamen terwijl hun moeder nog leefde, discriminatie van Indische mensen, de Atjeh-oorlog, de VOC enz. 

Verschil in ervaringen

Over de termen 1e, 2e en 3e generatie bestaat verschil van mening. Ik ga ervan uit dat je 2e generatie bent, als jouw ouders in Nederlands-Indië zijn geboren en jij in Nederland. Er is een schemergebied, omdat sommige mensen als baby of peuter hiernaar toe zijn gekomen en geen bewuste herinnering hebben aan hun tijd in Indië. Ben je dan 1e of 2e generatie?

Onze ouders en/of (over)grootouders van de 1e generatie zijn blootgesteld aan oorlog, (seksueel) geweld, honger en wellicht ook natuurgeweld. Zij hebben in de tweede wereldoorlog te maken gehad met gevechtssituaties, gevangenschap concentratiekampen, dwangarbeid en honger. Daar kwam vervolgens de onvoorspelbaarheid van de bersiap bij en daar nog weer bovenop de gedwongen migratie naar Nederland.

De (klein)kinderen van de 2e generatie[1] hebben te maken gehad met de PTSS van de 1e generatie. Ze werden mishandeld, misbruikt, genegeerd of voelden duidelijk aan dat er iets niet klopte, maar konden hun vinger er niet op leggen. Want meestal werd er gezwegen over de traumatische ervaringen. Soms zelfs werd de hele Indische achtergrond verzwegen, waardoor sommige Indische mensen helemaal niets weten van hun Indische achtergrond of zelfs familie. 

De mensen van de 3e/4e generatie zijn vaak in goeden doen en veiligheid opgegroeid. Ze zijn meestal niet mishandeld en hebben vaak een prettige jeugd gehad. Toch zie je dat er ook bij hen iets wringt. Ze voelen zich bijvoorbeeld ontheemd, hebben vragen over hun identiteit of worstelen met concentratieproblemen. Het blijkt vaak dat zij te maken hebben met transgenerationeel trauma. Het trauma van hun voorouders dragen ze onbewust met zich mee. Hetzij door opvoeding ‘nurture’ of door genetische belasting ‘nature’.