Polyvagaaltheorie
Polyvagaaltheorie
Je kent vast wel de drie F’s: Fight, Flight en Freeze. Tegenwoordig wordt daar vaak een vierde reactie aan toegevoegd: Fawn (pleasen). Deze vier reacties beschrijven hoe mensen kunnen omgaan met (dreigend) gevaar. Ze zijn afkomstig uit de polyvagaaltheorie, die in de jaren negentig werd ontwikkeld door Stephen W. Porges.
De polyvagaaltheorie richt zich op het autonome zenuwstelsel – het deel van het zenuwstelsel dat lichaamsfuncties regelt zonder dat je er bewust over nadenkt. Denk bijvoorbeeld aan je hartslag, bloeddruk en ademhaling. Dit systeem bestaat uit twee hoofdonderdelen:
De sympathicus en parasympathicus werken voortdurend samen om het evenwicht in het lichaam te bewaren.
Een belangrijk onderdeel van de parasympathicus is de nervus vagus (oftewel de zwerfzenuw). Vooral de ventrale tak van deze zenuw helpt je lichaam om van actie naar rust te schakelen, zodat je kunt ontspannen en herstellen. Trauma ontstaat wanneer de natuurlijke reacties op gevaar (de 4 F's) niet leiden tot een gevoel van veiligheid. Doordat de dreiging blijft bestaan, kun je dus niet in rust komen. Daardoor kan de de ventrale vagale tak zijn werk niet goed doen. De persoon blijft dan in een voortdurende staat van zelfbescherming. Dat kan zich op twee manieren uiten:
Verdoofd of passief gedrag (freeze), vaak gezien bij vrouwen.
Aanhoudende alertheid of prikkelbaarheid (fight/flight), vaker bij mannen.
In beide gevallen lukt het de persoon niet goed om zich te ontspannen of te verbinden met anderen. Kinderen van zulke ouders voelen zich daardoor vaak onveilig of ongeliefd, omdat hun ouder emotioneel niet beschikbaar was.