Familieopstellingen
Je bent altijd deel van het geheel
De oorsprong
Familieopstellingen vallen onder wat we systemisch werk noemen. De echte grondlegster van het systemisch werk was Virginia Satir. Zij zag in dat therapie niet alleen gaat om wat er zich in de cliënt zelf afspeelt, maar vooral ook over de cliënt in relatie tot het gezin van herkomst. Dit noemen we dan ook wel zijn/haar systeem. Door middel van een ‘gezinssculptuur’ kun je volgens Satir waarnemen hoe de cliënt de relaties binnen het gezin ervaart of heeft ervaren. Je kunt ook zien hoe de communicatie en dynamiek is (geweest) binnen het gezin. Satir heeft verschillende therapeutische technieken ontwikkeld om ziekmakende patronen en relaties te herkennen en transformeren. Ze was gericht op persoonlijke groei.
De Duitser Bert Hellinger is de grondlegger van de methode Familieopstellingen. Hij groeide op in een katholiek gezin en werd op 10-jarige leeftijd naar een Jezuïeten-school gestuurd. In de tweede wereldoorlog was hij dienstplichtig militair en werd in 1945 krijgsgevangen gemaakt in België. Hij wist echter te ontsnappen. Na de tweede wereldoorlog trad hij in bij de Jezuïeten en ging filosofie en theologie studeren. In 1952 werd hij tot priester gewijd en vertrok hij als missionaris naar Zuid-Afrika om les te gaan geven bij de Zulu’s. Hij is zeer beïnvloed door de Zulu filosofie Ubuntu. Je kent dit misschien wel van de zin: “Ik ben, omdat wij zijn”. In Ubuntu gaat het om de verbinding tussen individuen en hun relaties. Daarbij is het belangrijk om te kunnen geven en nemen. Van oorsprong heeft Ubuntu ook spirituele aspecten. Een mens dient ook goede banden te hebben met zijn voorouders. Naast deze filosofische en spirituele invloeden is Hellinger ook beïnvloed door de psychoanalyse, de transactionele analyse en hypnotherapie. Je zou kunnen stellen dat in de familieopstellingen dit allemaal samen komt.
De kern van systemisch werk
Systemen betreffen niet alleen families, maar het kunnen ook teams, organisaties, landen enzovoort zijn. Door middel van systemisch werk probeer je verborgen patronen en dynamieken in systemen te vinden. In feite wil je weten waarom mensen doen wat ze doen of waarom een bepaald patroon steeds weer terugkomt. In het dagelijks leven lopen mensen vaak steeds weer tegen hetzelfde aan. Hebben ze bijvoorbeeld steeds weer een partner die ze verlaat of eer bonje op het werk. Ook kan het gaan om een organisatie waar de flow uit is. Met een familie- of organisatieopstelling kun je onderzoeken wat het systeem dan eigenlijk wil laten zien. Als we de drie bovenstaande voorbeelden nemen zouden deze patronen veroorzaakt kunnen zijn door een overgrootmoeder die is verlaten door haar partner, een grootvader die problemen had met zijn baas, een directeur die moest wijken voor een ander enz. enz. De mogelijkheden zijn talloos en iedere opstelling is het weer verrassend wat er naar boven komt.
Iedereen draagt zijn eigen lot
In het systemische werk kom je aantal basisprincipes tegen. Het belangrijkste is misschien wel dat iedereen zijn eigen lot hoort te dragen. Als een voorouder van jou dat niet kan, zullen anderen in het familiesysteem zich dat aantrekken en het lot mee gaan dragen. Maar het kan ook zijn dat jij jouw lot niet aanvaardt en dat je je liever richt op het lot van een ander. Dat lijkt op het eerste gezicht heel sterk, maar zal je uiteindelijk verzwakken. Als je je eigen lot oppakt, zul je merken dat je krachtiger wordt en steviger in het leven komt te staan.
Het systeem gaat boven het individu
Helaas kan het soms lijken alsof de coach in de opstelling niet loyaal is aan de cliënt, maar aan het systeem. Dat komt doordat een systemisch coach als taak heeft het welbevinden van het hele systeem in het oog te houden. Heel vervelend natuurlijk als jij als cliënt bijvoorbeeld een oordeel hebt over een ouder of voorouder. Belangrijk is om te onthouden dat de coach jouw pijn echt wel ziet, maar dat het voor de coach belangrijk is zonder oordeel te kijken naar wat er is gebeurd. Door mijn ervaring weet ik dat compassie voor de ‘foute’ (voor)ouder enorm kan helpen in de heling van het systeem, maar ook van jou.
Iedereen hoort erbij
In het systemisch werk hoort iedereen erbij, dus ook die vervelende liefdeloze moeder of die hartstikke foute opa. Zoals gezegd is het juist het oordeelloos kijken dat systemen kan helpen helen. De coach heeft als taak om iedereen in het hart te sluiten, ook al kan de coachee het (nog) niet. Mijn waarneming in het veld heeft mij laten zien dat iedereen het product is van zijn eigen verleden, zijn trauma’s en van de tijd waarin hij leeft. Soms kom je in een opstelling terecht bij een heel groot trauma. Vaak waren de ervaringen zo gruwelijk dat je (voor)ouder maar één ding kon doen. Het wegstoppen en proberen te overleven, zo goed en kwaad als dat ging.
Doorleven en verduren
In de opstelling mogen de emoties er helemaal zijn. In het ideale geval zal de representant ze helemaal kunnen doorleven, waardoor het trauma verwerkt kan worden. De coach en het veld verduren dat de representant lijdt, waardoor de shit kan worden opgeruimd. De vraagsteller zal zich dan bevrijd en lichter voelen. Het kan zelfs uiteindelijk lijken alsof er nooit een probleem is geweest. Wat bijzonder is dat je als representant de meest vreselijke emoties kunt doorstaan en deze als het goed is ook weer kunt laten gaan. Dat komt doordat het niet om jezelf gaat. Omdat er geen verhalen van je zelf aan vastzitten en je vooral kunt observeren wat er gebeurt.
Blijf op je eigen plek
In het bekende boek ‘De fontein’ van Els van Steijn wordt duidelijk uitgelegd hoe je van je eigen plek afgaat. Ze geeft daarvoor de metafoor van een fontein. Jij zou in de bak onder je ouders moeten staan, zij onder die van hun ouders enz. enz. Helaas komen we regelmatig in de bakken boven ons terecht. Volgens van Steijn is het belangrijk om op je eigen plek te staan, omdat je op die manier goed gevoed wordt door het familiesysteem. De fontein doet zijn werk. Het kan gaan stromen. Ze noemt 3 manieren waarop je van je eigen plek gaat.
Storende patronen
Het boek Systemisch coachen van Jan Jacob Stam en Bibi Schreuder (Bert Hellinger Instituut Nederland) geeft een mooi inkijkje in de dynamieken van onnuttige patronen. Patronen zijn onbewust en gaan ook over manieren waarop je op een andere plek dan die van jezelf terecht bent gekomen. Ze noemen er zes:
Stam en Schreuder geven aan dat patronen niet alleen maar lastig hoeven te zijn. Ze kunnen juist ook leiden tot effectieve copingstrategieën, die tot persoonlijke kwaliteiten uitgroeien.
Vijf lagen in opstellingen
Hylke Bonnema staat bekend om het intuïtieve opstellen. Hij erkent de methodieken en theorieën die in de opstellingenwereld zijn ontstaan, maar vindt het belangrijk dat een opsteller die verbindt met je eigen intuïtie en waarneming. Bonnema werkt ook graag in stilte en vindt dat taal kan afleiden van de essentie. Bonnema omschrijft in zijn boek ‘Het nieuwe opstellen, Intuïtief systemisch coachen’ vijf verschillende niveaus die je in een opstelling tegen kunt komen.